Prose, RMW Festival 2013

Proza: Amaan

Amaan draait zich nog een paar keer om in haar bed, tot ze plotseling besluit op te staan. Ze kijkt deze keer niet naar de wekker met zijn fosforescerende cijfers, zoals ze anders altijd doet. Alleen de wekker heeft een antwoord op die ene vraag, die haar al meer dan een maand bezighoudt: Heeft ze echt geslapen? Ze weet het niet. Vroeger kreeg ze altijd antwoord van de wekker, afgaand op het aantal uren dat ze in bed had gelegen, veel of weinig.

Hoewel ik deze keer de wekker probeer te negeren, blijft die vraag me achtervolgen. Uiteindelijk vind ik een verwarrend antwoord in de afschuwelijke droom die ik me niet kan herinneren, maar die mijn humeur volledig heeft verpest. Ik weet heus wel dat we niet meer zijn dan personages in een tekenfilm. Een leeg kader en daarbinnen is het zwart. Wij zijn slechts dunne, witte lijnen die dat enorme zwarte vlak omlijsten. Ja, zo gaat het als we leeg zijn en enkel leegte omhullen: dan voelen we zo min mogelijk pijn. Ik stap uit bed en loop naar de spiegel op de kaptafel. Mijn oogleden zijn opgezwollen en mijn neus is rood. Ik ga naar de badkamer en was mijn gezicht met koud water.

In de keuken dwingt ze zichzelf een licht ontbijt klaar te maken. Voor Awwaab, niet voor zichzelf. Onderweg naar het balkon blijft ze staan om op de kalender te kijken die aan de muur van de zitkamer hangt. Ze bladert hem door en constateert dat Awwaab al over minder dan twintig dagen wordt verwacht. Dat heeft de dokter tijdens haar laatste bezoek uitgerekend. Ze dwingt zichzelf

het ontbijt op te eten. Binnenkort zal dat niet meer nodig zijn en zal ze net als vroeger weer genoeg hebben aan één maaltijd per dag. Ze loopt naar de boekenkast en zoekt naar een boek dat haar kan afleiden. Ze kiest een oud boekje uit haar kindertijd, van de Groene Reeks, die ze meer dan twintig jaar heeft bewaard.

Het boekje heet ‘De eierraper´. Ik ga op het balkon zitten, sla het boek open en lees een paar regels.Het gaat over een jongen in de derde klas van de lagere school, die op de eerste schooldag zijn boeken krijgt. Als het tijd is voor de leesles, haalt hij zijn boek tevoorschijn en probeert hij de les te volgen. Hij doet zijn best om te mee te lezen, maar het lukt hem niet. Het lukt hem niet de tekst te lezen, die voor zijn ogen verandert in een verzameling geheimzinnige tekens. En hij snapt niet wat de juffrouw zegt. Ze praat in een taal die hij niet begrijpt. Aan het eind van de dag pakt het jongetje zijn schooltas en loopt hij naar huis. Zodra hij thuis is, haalt hij het leesboek uit zijn tas en rent hij naar de keuken, waar zijn moeder bezig is met het middageten. Hij vertelt haar over de geheime tekens en de onbegrijpelijke woorden van de juffrouw. Hij vraagt haar of ze hem wil helpen. Zijn moeder laat haar werk liggen, pakt het boek uit zijn handen en loopt ermee naar de zitkamer. Ze gaat zitten en slaat het boek open bij de les van die dag. Het jongetje zit naast haar. Na een korte stilte slaat ze haar ogen op van de bladzijde, kijkt het jongetje verdrietig aan en vertelt hem dat ze zijn toekomst uit het boek kan voorspellen. ‘Uit een leesboek?’ vraagt hij haar verbaasd. Zijn moeder knikt en vertelt hem dat hij zijn leven lang eieren zal rapen. Tot zijn dood. Zo ziet ze zijn toekomst.

Amaan hield op met lezen, toen ze zag dat de bladzijden nat waren van haar tranen. Ze sloeg het boekje dicht en barstte in snikken uit.

Abeer Soliman stelt naast Eman Abdel Rahim nog zes andere auteurs voor op 14 april, 15:00 – 17:30, 2e verdieping Centrale Bibliotheek Amsterdam. Een aantal van de auteurs komt via Skype aan het woord. De presentatie is in handen van Kirsten van den Hul.

Toegang is vrij. Voor meer informatie zie ook het Facebookevent.

Abeer Soliman will introduce Eman Abdel Rahim and six other authors on April 14, from 3 PM – 5.30 PM on the 2nd floor of the Central Library of Amsterdam. Several of these authors will be speaking remotely through Skype. Kirsten van den Hul will host the event.

Admission is free. For more information, check the Facebook event.