Prose, RMW Festival 2013

Proza: Elke Geurts

Elke Geurts zal op zaterdag 14 september een verhaal voorlezen dat zij schreef bij het uitzicht van één van de buitenlandse gasten van het Read My World Festival. Hieronder kun je de eerste duizend woorden lezen uit haar roman De weg naar zee, die op 17 oktober zal verschijnen bij De Bezig Bij.

Ze zijn op weg naar zee. Dat houdt ze zichzelf voor. Nee, dat zijn ze ook. Ze zou de zooi – kleed, handdoeken, emmer en schep, picknickspullen – toch zeker niet voor niets meeslepen? Daar bovenop ligt haar dochter. Breeduit. Uitpuilend. Pal in de zon. Ze trekt de bolderkar door het hete zand. Het is zomer. Te veel zomer. Nergens een buutvrijplek van de zomer. Summer is zwaar als een betonblok. Altijd al. Zodra ze vervoerd wordt, slaapt ze. Ook al is ze inmiddels zeven.
Ze kan zich bij mij goed ontspannen, denkt ze, van iedereen op de wereld voelt ze zich het veiligst bij haar moeder. Ik moet het als een compliment opvatten.
Ze weet niet meer hoe lang ze hier loopt. Wanneer is ze met bolderkar en al op het paardenpad beland? Haar dochter snurkt nu zwaar. De kno-arts had beloofd dat dat minder zou worden als de amandeltjes geknipt waren, maar dat is dus ook al niet waar, met elke stap die ze zet, lijkt het snurken luider te klinken.
Continue reading

Prose, RMW Festival 2013

Proza: Maartje Wortel

Maartje Wortel zal op zaterdag 14 september een verhaal voorlezen dat zij schreef bij het uitzicht van één van de buitenlandse gasten van het Read My World Festival. Hieronder kun je een fragment lezen uit haar roman IJstijd, die in januari zal verschijnen bij De Bezig Bij.

Het is dinsdag als ik uit nieuwsgierigheid in een gymzaal in de Amsterdamse Pijp een praatgroep bezoek voor mensen die zich alleen voelen. De bijeenkomst vindt plaats in hetzelfde gebouw waar ik yoga. Op een groot vel papier dat met een rode punaise aan het prikbord in de gang hangt staat PvMdzAV, Iedereen is welkom, inschrijving niet nodig. De ontvangsttijden staan er onder: di, do, 18:45. PvMdzAV lijkt me prima geheimtaal, het zou ook om een politieke partij kunnen gaan in plaats van een Praatgroep voor Mensen die zich Alleen Voelen. Ik loop de gymzaal binnen, die erg groot is en koud, buiten regent het onafgebroken maar zacht, het is een miezerige regen die je ongemerkt zeiknat maakt als je erdoorheen fietst. Ik fiets er niet doorheen, ik loop nu binnenin de gymzaal langs een klimrek met verroestte poten en langs de enorme beslagen ramen aan de straatzijde. In het midden van de zaal staat een witte tafel, er zijn vijf mensen, allemaal mannen, de ruimte ruikt muf, alsof we in een bejaardentehuis zitten, en ik denk: misschien heeft het niets met bejaarden te maken, misschien is dit de geur van eenzame mensen. Ik neem plaats op een van de stoelen aan de tafel en kijk naar de anderen in de groep. Iedereen houdt zijn jas aan. Ik ken een man die altijd en overal zijn jas aanhoudt zodat hij snel weg kan. ‘Je weet nooit,’ zegt hij.
Continue reading

Prose, RMW Festival 2013

De redactie laat zich horen #4: Jurgen Maas

jurgen

Jurgen Maas is journalist bij de IKON en hoofdredacteur van ZemZem en maakt deel uit van de redactie van Read My World. Hier leest hij een fragment uit een verhaal van de Palestijnse schrijver Ala Hlehel, die op het Read My World Festival op 13, 14 en 15 september aanwezig zal zijn.

The editorial staff makes itself heard #4: Jurgen Maas reads this story, written by Ala Hlehel, a Palestinean author who will be one of the guests at the Read My World Festival.


Continue reading

Prose, RMW Festival 2013

Proza: een oorlog (fragment)

‘Waar ga je naartoe?’

‘Naar huis. Ik heb vis meegebracht.’

‘Er is een demonstratie.’

‘Waar?’

‘Naar de grote weg, buiten de stad.’

‘Tegen wie?’

‘Tegen de oorlog. Tegen Israël.’

‘Wanneer?’

‘Nu, kom mee!’

‘Nee, ik kan niet. Ik kom wel later.’

‘Hoezo later? Ik zeg je dat die demonstratie nu is.’

‘Die oorlog duurt nog zo lang! Ik ga morgen wel demonstreren.’


Continue reading

Prose, RMW Festival 2013

Prose (Arabic): Amaan

“أمان” تتقلب عدة مرات في السرير، ثم تقرر فجأة أن تقوم من نومها. لم تنظر إلى المنبه، ذي الأرقام الفسفورية كما اعتادت. وحده المنبه كان يجيب عن السؤال الذي لازمها، منذ فترة تزيد عن الشهر: هل نامت فعلاً؟ لا تعلم. المنبه في السابق كان يجيبها وفقا لقلة، أو كثرة عدد الساعات التي تقضيها في سريرها.

على الرغم من تجاهلي للمنبه، فإن السؤال لايزال يلازمني. وجدتُ إجابة مشوشة هذه المرة، في الحلم القاسي، الذي يعكر مزاجي جدا، رغم أني لا أستطيع أن أتذكره!.. أنا أعرف جيدا أننا مجرد شخصيات مرسومة في فيلم كارتون. الكادر خاوي، لا يوجد فيه شيء سوى اللون الأسود. نحن مجرد خطوط بيضاء دقيقة، تحدّ حيزًا ما من ذلك السواد العظيم. نعم. هكذا حين نكون مفرّغين، ولا نحوي إلا الخواء، سنشعر بأقل قدر ممكن من الألم. أغادر السرير وأتوجه إلى مرآة التسريحة. أرى جفني متورمين، وأنفي محمر. أذهب إلى الحمام، وأشطف رأسي ووجهي بالماء البارد.

في المطبخ تتحامل على نفسها، وتعد إفطارا، خفيفا، لأجل “أوّاب”، لا لأجلها. في طريقها إلى البلكونة، تستوقفها النتيجة على حائط الصالة. تقّلب في أوراقها لتجد أنه بقي، أقل من عشرين يوما، على حضور “أوّاب” ، وفقا لحسابات الدكتور في زيارتها الأخيرة، للمتابعة معه. تتحامل على نفسها لتناول الوجبة، فبعد عدد يسير من الأيام، لن تكون مضطرة لذلك، وستكتفي بوجبة واحدة طيلة يومها، كما تعودت دائما.
Continue reading

Curatoren, English, Poetry, Politiek, Prose, RMW Festival 2014

you have to write about it

Kettly Mars Amsterdam

English below

Van 16 mei tot 16 juni was de Haïtiaanse Kettly Mars, op uitnodiging van het Letterenfonds en het Amsterdams Fonds voor de kunsten, Writer in Residence in Amsterdam. Read My World organiseerde een bijeenkomst over haar werk en dat van andere Haïtiaanse auteurs in de OBA. Mars is ook curator voor het Read My World Festival 2014, waarvan de focus zal liggen op Caraïbische literatuur, journalistiek en poëzie.  Hieronder een filmverslag van Mars’ tijd als writer in residence.

From the 16th of May until the 16th of June, the Haïtian Kettly Mars was Writer in Residence in Amsterdam. Below a short film about her stay (in English).

 


Continue reading

Prose, RMW Festival 2014

Ik ben niet mooi

Ik ben niet mooi. Ik ben opgegroeid met die zekerheid. Mijn huid was te donker en mijn haar te kort. Ik haalde geen goede cijfers, en hoe aardig ik ook deed, nooit kreeg ik dezelfde blikken van affectie toegeworpen die mijn nicht ten deel vielen, noch hadden mensen voor mij dezelfde zachte vriendelijke toon waarmee ze mijn broer aanspraken die, zoals mijn oma dat zo bot kon zeggen, nou eenmaal ‘geler’ was dan ik.

Het is 1978, ik ben net zeven geworden, ik woon in een bedompte wereld. Er zijn veel geuren. Ik kan ze nog steeds ruiken. Ik slaap op een dunne handgemaakte matras. Ik heb zelf geholpen om die matras te maken. Onder het laken ligt een plastic hoes die ik hoor kraken als ik beweeg. Ik plas nog in bed, dus dat stugge plastic dat ik door het dunne laken heen kan voelen, en dat de toch al niet erg comfortabele matras nog oncomfortabeler maakt, ligt er nog wel even. Ik ben de enige die nog in bed plast. Misschien plassen alleen meisjes met een te donkere huid in bed. Ik stel veel vragen. Niet alleen aan mezelf, maar ook aan het licht dat door het gerasterde raam naar binnen valt. Het is het einde van het schooljaar, mijn vader zegt trots tegen iedereen dat ik al op de basisschool zit. Maar hij zegt nooit dat het niet uitmaakt of je een lichte of donkere huid hebt. Ik wil op mijn nichtje lijken (…)

Het is donker in mijn kamer. Ik kan me alleen maar die zelfgemaakte bedden herinneren, en de geur van pis, die niet uit de lakens of mijn kleren te wassen valt. Ik heb het idee, ten onrechte wellicht, dat alle gesprekken om mij heen gaan over mijn huidskleur. En ik kan aan niets anders denken dan aan het veranderen van mijn huidskleur. Kostte wat het kost. Zodat ik eindelijk de affectie zou krijgen die, zoals ik toen geloofde, onlosmakelijk verbonden was aan schoonheid, aan huidskleur. Er is misschien niets ergers dan een eenzaam kind.